PBL 0358

Uitvoeringsrichtlijn lijmwerkconstructies
Kalkzandsteen en cellenbeton

Publicatie Nr. : PBL0358
Datum uitgifte : 2007-08-23
Uitgever : IKOB-BKB
Erkend door de Raad voor Accreditatie

Inhoudsopgave
1. Algemeen
2. Prestatie-eisen lijmwerkconstructies
3. Eisen te stellen aan het ontwerp
4. Eisen te stellen aan de toegepaste materialen
5. Eisen te stellen aan het lijmen
6. Eisen te stellen aan de gerede lijmwerkconstructie
7. Eisen te stellen aan de opleveringscontrole
8. Voorbeelden van aansluitingen
9. Geraadpleegde literatuur
Bijlage 1. Overzicht eisen Bouwbesluit

1. Algemeen

Deze publicatie heeft betrekking op de uitvoeringsrichtlijnen voor gelijmde kalkzandsteen- en cellenbetonconstructies en betreft het verlijmen van kalkzandsteen- en cellenbetonproducten voor toepassing als inwendige scheidingsconstructies en als binnenspouwbladen van uitwendige scheidingsconstructies zowel dragend als niet-dragend.

Achtereenvolgens zullen in de deze publicatie de navolgende eisen worden omschreven:
  • prestatie-eisen lijmwerkconstructies;
  • eisen te stellen aan het ontwerp;
  • eisen te stellen aan de toegepaste materialen;
  • eisen te stellen aan het lijmen;
  • eisen te stellen aan de gerede lijmwerkconstructie;
  • eisen te stellen aan de opleveringscontrole.
  • voorbeelden van aansluitingen (details).
1.1 Begrippen

Lijmmortel (T)
Een prestatie metselmortel met een, afhankelijk van de toe te passen voegdikte, maximale korrelgrootte gelijk of kleiner dan de opgegeven waarde, echter met een maximum van 2 mm.
Lijmmortel voor dunne lijmvoegen (XS)
Een lijmmortel die kan worden toegepast in metselwerk van stenen, blokken of elementen met voegen kleiner of gelijk aan 3 mm en waaraan specifieke eisen zijn gesteld (zie 2.16).
Lijmmortel voor dikke lijmvoegen (S)
Een lijmmortel die kan worden toegepast in metselwerk van stenen, blokken of elementen met voegen groter dan 3 mm en kleiner dan 6 mm en waaraan specifieke eisen zijn gesteld (zie 2.16).

Gelijmde constructie/lijmwerk
Een hechte (geordende) samenstelling van kalkzandsteen of cellenbetonproducten, lijmmortel, eventuele waterkerende voorzieningen en andere hulpmaterialen ("masonry" conform NEN-EN 1996-1-1).

Elementensysteem (kalkzandsteen)
Door producent uitgedetailleerde en op maat aangeleverde elementen die zonder afval tot wanden kunnen worden verwerkt, vergezeld van tekeningen waarop aangegeven de wanduitslagen en het dilatatievoegenplan.

Stenen
"Masonry units" conform NEN-EN 1996-1-1.

2. Prestatie-eisen lijmwerkconstructies

Indien kalkzandsteen- en cellenbetonconstructies worden ontworpen en uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van deze publicatie, dan worden de prestaties bereikt zoals hierna wordt aangegeven.

Sterkte
De sterkte van de gelijmde kalkzandsteen- en cellenbetonconstructie, dient te voldoen aan NEN 6790 met als uitgangspunt NEN 6702 (zie ook NPR 6791).

Toelichting
Over het algemeen zal dit aspect de verantwoordelijkheid zijn van de constructeur van het project. In het bestek kan de vereiste sterkte van het lijmwerk (of de dikte van de wand) worden opgegeven. Het uitvoerend (lijm)bedrijf is gehouden deze benodigde sterkte ook te leveren (combinatie van steendruksterkte kalkzandsteen c.q. cellenbeton en sterkte van de lijmmortel). In de overeenkomst of het contract met de opdrachtgever zal deze verantwoordelijkheid moeten worden geregeld.

Opmerking
Deze prestatie sluit aan Afdeling 2.1. van het Bouwbesluit.

Waterdichtheid en regenwerendheid
Een uitwendige scheidingsconstructie (het totaal van binnen- en buitenspouwblad) is waterdicht overeenkomstig NEN 2778, indien onderhavige uitvoeringsrichtlijn worden opgevolgd (zie ook NPR 2652).

Toelichting
Als het alleen een verlijmd binnenspouwblad betreft dient het buitenspouwblad in de beoordeling te worden betrokken en als het alleen een verlijmd buitenspouwblad betreft dient het binnenspouwblad bij de beoordeling te worden betrokken.

Opmerking
Deze prestatie sluit aan op afdeling 3.6, 4.12, 4.13 en 4.14 van het Bouwbesluit.

Bescherming tegen ratten en muizen
In een uitwendige scheidingsconstructie uitgevoerd als gelijmde kalkzandsteen- of cellenbetonconstructie conform onderhavige Uitvoeringsrichtlijn komen geen onafsluitbare openingen voor die breder zijn dan 0,01 m.

Opmerking
Deze prestatie sluit aan op afdeling 3.17 van het Bouwbesluit.

3. Eisen te stellen aan het ontwerp

3.1 Algemeen
Over het algemeen behoort het ontwerp van de wandconstructie in kalkzandsteen of cellenbeton niet tot de verantwoordelijkheid van het (lijm)bedrijf.
Dit neemt echter niet weg, dat het (lijm)bedrijf gehouden is om vooraf het ontwerp aan de hand van het relevante deel uit het bestek en tekeningen te beoordelen op uitvoerbaarheid en te (laten) toetsen aan de Nationale Beoordelingsrichtlijn "Vervaardiging van metsel- en lijmwerkconstructies en/of voegwerk" en de onderhavige Uitvoeringsrichtlijn.

Daarbij dient aan de navolgende aspecten, voor zover relevant, aandacht te worden besteed:
  • randvoorwaarden bouwkundig (aansluit)kader;
  • bestektekeningen en detailleringen;
  • materiaalspecificaties van de toe te passen onderdelen, zoals van:
    • b.v. afmetingen/formaat van kalkzandsteen of cellenbeton;
    • lijmmortel (b.v. certificaat);
    • lateien (soort/type);
    • kozijnen (type);
    • (spouw)ankers;
  • dilatatievoegen (conform dilatatieplan; eventueel met bijbehorende details);
  • lijmverband;
Bij toepassing van het kalkzandsteen-elementensysteem zijn alleen a, c en d van toepassing.

Om deze controle vóóraf op een juiste wijze uit te kunnen voeren wordt sterk aanbevolen, dat de opdrachtgever c.q. aannemer vier tot acht weken vóór de datum van uitvoering contact opneemt met het uitvoerend bedrijf.

Bij geconstateerde afwijkingen in het ontwerp, bestek en/of tekeningen, dient dit schriftelijk te worden vastgelegd naar de opdrachtgever dan wel worden opgenomen in het contract.

In KOMO attesten op basis van BRL 1001, BRL 1003 of BRL 1008 kunnen bijzondere bepalingen en prestaties zijn opgenomen met betrekking tot het ontwerp van wandconstructies van kalkzandsteen of cellenbeton.

3.2 Bouwkundig (aansluit)kader
De aan het bouwkundig (aansluit)kader (of onderdelen hiervan) te stellen eisen zijn veelal omschreven in de hiervoor opgestelde richtlijnen voor de beoordeling (Nationale Beoordelingsrichtlijn), waarin tevens is aangegeven op welke wijze kan worden aangetoond dat de betreffende constructie voldoet aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen (hierbij zijn tevens bepalingsmethoden aangegeven).

Indien voor betreffende (onderdelen van) constructies Beoordelingsrichtlijnen van kracht zijn moet onderzocht zijn, of aan deze criteria wordt voldaan. Het voorgaande kan worden aangetoond door een door de certificatie-instelling aanvaarde kwaliteitsverklaring.
Dit kan bijvoorbeeld zijn een:
  • KOMO attest-met-productcertificaat;
  • KOMO productcertificaat;
  • KOMO attest
In deze kwaliteitsverklaringen staat omschreven:
  • de specificatie van het product;
  • eventueel de verwerkingsvoorschriften;
  • ingeval van een attest de gebruikswaarden met bijbehorende toepassingsvoorwaarden;
  • wenken voor de afnemer;
  • eventueel een toelichting;
  • eventueel voorbeelden van aansluitingen.
In deze kwaliteitsverklaringen, zoals voor vloersystemen, dragende en niet-dragende (binnen)wanden, daken, etc. zijn dikwijls toepassingsvoorwaarden en/of verwerkingsvoorschriften gegeven die betrekking kunnen hebben op lijmwerk (zoals verankering, dilataties, water- en regendichtheid, luchtdichtheid, isolatiewaarde, koudebrug-onderbrekingen, detailleringen, etc).

3.3 Draagconstructie
Voor aanvang van het werk dient een totale visuele controle, eventueel met behulp van de geëigende meetapparatuur, van de omringende (draag)constructie te worden uitgevoerd met betrekking tot de maatvoering, de vlakheid, de bevestigingsvoorzieningen en de stabiliteit in verband met transport bouwplaats van de te verwerken materialen en het gebruik van materieel.

De ondersteuningsconstructie van het lijmwerk, zoals funderingen, vloeren, daken, galerijplaten, balkonplaten, lateien, metselwerkdragers, e.d., dienen naast constructief verantwoord, voldoende vlak, recht en haaks te zijn uitgevoerd en opgeleverd.

Met voldoende vlak wordt hier bedoeld, dat er geen hoogteverschillen voor mogen komen tussen de verschillende ondersteuningsconstructies, die de sterkte, de wateren regendichtheid en/of het aanzicht van het lijmwerk kunnen schaden. Dit geldt eveneens voor het recht en haaks zijn van deze constructies.

Hoogteverschillen groter dan 15 mm zijn ontoelaatbaar. Bij grotere hoogteverschillen dienen in overleg met de opdrachtgever maatregelen te worden getroffen. (Zie voor nadere informatie ook tabel 2 in hoofdstuk 6.1.)
Deze kunnen bestaan uit het aanbrengen van b.v. een uitvlaklaag die de eigenschappen bezit die gelijk is aan die van het opgaande werk.
Bij twijfel is contact met de opdrachtgever noodzakelijk evenals vastlegging in het IKB.

Het niet haaks zijn van de ondersteuningsconstructie en de oplegging kan eveneens het aanzicht van het lijmwerk schaden.

De doorbuigingen van de ondersteuningsconstructies mogen niet groter zijn dan de toegestane doorbuigingen (zie NEN 6702 TGB-1990 'Belastingen en vervormingen').

Het verdient aanbeveling NEN 2886 "Maximale toelaatbare maatafwijkingen voor gebouwen. Steenachtige draagconstructies" in het bestek op te nemen. De mogelijkheid blijft echter bestaan dat op grond van bouwtechnische en mogelijk esthetische criteria de maximaal toelaatbare maatafwijkingen kleiner moeten zijn dan in de norm aangegeven. In dat geval zal in het bestek moeten zijn vermeld in hoeverre de maximaal toelaatbare maatafwijkingen zoals gegeven in NEN 2886 moeten worden gereduceerd. Bij controlemetingen kan gebruik worden gemaakt van NEN 3682 "Maatcontrole in de bouw. Algemene regels en aanwijzingen".

4. Eisen te stellen aan de toegepaste materialen

In het bestek of het contract dient de specificatie en de kwaliteitsomschrijving van de toe te passen materialen (zoals van de kalkzandsteen- of cellenbetonproducten, lijmmortel, hulpmaterialen en dergelijke) te zijn opgenomen. De verantwoordelijkheid voor de specificatie van deze materialen ligt bij de inkopende partij. Indien een dergelijke omschrijving niet aanwezig is dient de opdrachtgever te worden geïnformeerd en dit op het IKB-formulier te worden vermeld.

4.1 Kalkzandsteen
Kalkzandsteen dient te voldoen aan de vigerende Nationale beoordelingsrichtlijn 1004 "Kalkzandsteen". Integraal onderdeel van deze BRL is NEN-EN 771-2. Indien voor de betreffende kalkzandsteenproducten een geldig KOMO productcertificaat is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificatie-instelling, mag worden aangenomen dat aan de gestelde eisen wordt voldaan. In het KOMO productcertificaat zijn naast een verklaring van de certificatieinstelling opgenomen een productspecificatie en wenken voor de afnemer.

Op de door de producent mee te leveren afleveringsbon dienen ten minste de navolgende gegevens te zijn vermeld:
  • afzender en laadadres;
  • afnemer en afleveringsadres;
  • aantal en/of verpakkingseenheid;
  • sortering/productcode;
  • kwaliteit, waaronder de druksterkte;
  • KOMO-merk en certificaatnummer.
Indien voor de toe te passen kalkzandsteen geen geldig KOMO productcertificaat voorhanden is of een andere vergelijkbare (buitenlandse) kwaliteitsverklaring, dit ter beoordeling van de certificatie-instelling, dient de leverancier middels een beproevingsrapport (partijkeuring volgens NEN-EN 771-2 en BRL 1004) aan te tonen dat aan de in de BRL gestelde eisen wordt voldaan.

4.2 Cellenbeton
Cellenbeton dient te voldoen aan NEN-EN 771-4. Indien voor de betreffende cellenbeton een geldig KOMO productcertificaat is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificatie-instelling, mag worden aangenomen dat aan de gestelde eisen wordt voldaan. In het KOMO productcertificaat is naast een verklaring van de certificatie-instelling opgenomen een productspecificatie en enkele wenken voor de afnemer.

Op de door de producent c.q. leverancier mee te leveren afleveringsbon, of op de verpakking of op het product dienen ten minste de navolgende gegevens te zijn vermeld:
  • afzender en laadadres;
  • afnemer en afleveringsadres;
  • aantal en/of verpakkingseenheid;
  • sortering/productcode;
  • kwaliteit, waaronder:
  • de druksterkte en volumieke massa;
  • KOMO-merk en certificaatnummer.
Indien voor de toe te passen cellenbeton geen geldig KOMO productcertificaat voorhanden is of een andere vergelijkbare (buitenlandse) kwaliteitsverklaring, dient de leverancier middels een beproevingsrapport aan te tonen dat aan de in de NENEN 771-4 gestelde eisen wordt voldaan.

4.3 Lijmmortels
In het bestek of het contract dient de vereiste kwaliteit van de lijmmortel te zijn opgenomen in overeenstemming met NEN-EN 998-2.
Lijmmortels dienen te voldoen aan BRL 1905 "Mortels voor metselwerk" en dienen te zijn afgestemd op het te verwerken product.
Indien voor de betreffende lijmmortel een geldig KOMO productcertificaat is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificatie-instelling, mag worden aangenomen dat aan de gestelde eisen wordt voldaan.
In het KOMO productcertificaat zijn naast een verklaring van de certificatie-instelling opgenomen een omschrijving van de kwaliteit en wenken voor de afnemer. Op elke zak lijmmortel moet zijn vermeld het KOMO-merk, het certificaatnummer en het productienummer.

Indien voor de toe te passen lijmmortel geen geldig KOMO productcertificaat, een andere vergelijkbare (buitenlandse) kwaliteitsverklaring of CE-markering (met minstens systeem 2+ en vermelding van de mechanische eigenschappen en nummer conformiteitscertificaat) voorhanden is, de laatste twee opties ter beoordeling van de certificatie-instelling, dient de leverancier middels een beproevingsrapport aan te tonen dat aan de in de NEN-EN 998-2 gestelde eisen wordt voldaan.

4.4 Mortel voor de kimconstructie
De constructeur dient op te geven welke kimmortel gebruikt moet worden. De sterkte van de kimmortel dient afgestemd te zijn op de draagkracht van de wand. Voor de kimmortel gelden de kwaliteiten/mengverhoudingen (volumedelen) volgens tabel 1.

Tabel 1. Kimmortel kwaliteiten en mengverhoudingen
Wanden van kalkzandsteen CS 12 of cellenbeton Wanden van kalkzandsteen CS 20 Wanden van kalkzandsteen CS 28 en CS 36
Prefab mortel* ≥M7,5 Prefab mortel* ≥M10 Prefab mortel* ≥M20
1 cement : ½ kalk : 4½ zand
(samengesteld op het werk)*
   
1 cement : 3 zand + eventueel toegevoegd 10% lijmmortel
(samengesteld op het werk)*
   
*) Eigenschappen alle mortels conform NEN-EN 998-2

Op het werk samengestelde mortels, inclusief de hierin toegepaste grondstoffen, dienen te voldoen aan NEN-EN 998-2. In geval van twijfel dient de mortel en/of samenstellende materialen te worden gekeurd conform NEN-EN 998-2. Metselcement dient te voldoen aan BRL 2603.

Indien voor de toe te passen prefab lijmmortel geen geldig KOMO productcertificaat, een andere vergelijkbare (buitenlandse) kwaliteitsverklaring of CE-markering (met minstens systeem 2+ en vermelding van de mechanische eigenschappen en nummer conformiteitscertificaat) voorhanden is, de laatste twee opties ter beoordeling van de certificatie-instelling, dient de leverancier middels een beproevingsrapport aan te tonen dat aan de in de NEN-EN 998-2 gestelde eisen wordt voldaan.

4.5 Overige hulpmaterialen

4.5.1 Spouwankers
Spouwankers moeten tegen corrosie bestand zijn. Dit kan worden bereikt door uitvoering in roestvast staal. De afmetingen, de hoeveelheid toe te passen spouwankers per m² en de plaats dient in het bestek te worden vermeld. In verband met de dunne lijmvoegen dienen hiervoor speciaal ontwikkelde platte ankers te worden toegepast (z.g. prikspouwankers).

Toelichting
Voor een juiste materiaalkeuze wordt verwezen naar paragraaf 7.4.2 van NEN 6790.

4.5.2 Overige verankeringsmaterialen
Zowel voor starre als voor dilaterende verankeringen in de lijmvoegen zijn diverse speciale verankeringsmiddellen leverbaar, te weten:
  • kozijnankers (lijmkozijnankers,wandankers, lijmbouwmuurankers, Pi-ankers en hoekankers);
  • wandankers-star en lijmkoppelstrippen voor het koppelen van blokken en elementen in de lintvoegen van verschillende wanden zonder vertanden;
  • dilatatie-ankers; in niet droogblijvende omgeving moeten de ankers voldoende tegen corrosie zijn beschermd. Bij toepassing van kalkzandsteen toepassen ankers van roestvast staal voor toepassing in buitenwanden of in verzinkte uitvoering voor toepassing in droog blijvende omgeving. Bij toepassing van cellenbeton is dit aangegeven op het dilatatieplan;
  • leuningankers en pijpdragers.
4.5.3 Materialen t.b.v. dilatatievoegen
Bij toepassing van een open dilatatievoeg met een dikte (breedte) van 10 mm (tolerantie -2 mm, +5 mm) in kalkzandsteen dient als voegvulling een elastische luchtdichte rugvulling toegepast te worden, bestaande uit een comprimerend schuimband met een semi-gesloten celstructuur. Dit schuimband dient voldoende gecomprimeerd aangebracht te worden volgens voorschriften van de desbetreffende producent.

In een zogenaamde "koude dilatatievoeg" wordt geen rugvulling o.d. aangebracht.

Bij toepassing van cellenbeton is het materiaal voor de dilataties aangegeven op het dilatatieplan.

4.5.4 Stelprofielen
Ten behoeve van een goede maatvoering dient gebruik te worden gemaakt van houten stelprofielen, minimale afmeting 66 mm x 75 mm. Het hout moet voldoen aan de producteisen zoals omschreven in BRL 2902 "Gelamineerd naaldhout voor nietdragende toepassingen" of gelijkwaardig, zodat zekerheid bestaat omtrent de kwaliteit en de afmetingen met de daarbij behorende toleranties. Zij moeten aan twee aanliggende zijden zuiver recht en haaks zijn en over de volle hoogte een gelijke dikte en breedte hebben.
Afwijkingen op de rechtheid van de stelprofielen maximaal 1 mm per meter.

Aluminium kokerprofielen, afmetingen minimaal 40 mm x 40 mm x 2 mm, mogen eveneens worden toegepast. De profielen dienen aan de onder- en bovenzijde te zijn voorzien van houten klossen.

5. Eisen te stellen aan het lijmen

Dit hoofdstuk betreft het geheel van leveranties en werkzaamheden, nodig voor het in het werk vervaardigen van kalkzandsteen- of cellenbetonlijmwerkconstructies, afwerkingen van het lijmwerk, op te nemen onderdelen en toebehoren.

5.1 Eisen en uitvoering lijmwerk

5.1.1 Spouwmuren

Spouwen van (ankerloze) spouwmuren moeten vrij zijn van mortel- c.q. lijmresten, steen en andere ongerechtigheden die een ongewenste verbinding tussen beide spouwbladen kunnen bewerkstelligen.

5.1.2 Reinigingsmiddelen

Middelen voor het eventueel reinigen van lijmwerk behoeven de goedkeuring van de directie en/of betreffende producent.

5.1.3 Uitvlaklaag ondergrond

De druksterkte van een eventuele uitvlaklaag op een ondergrond moet ten minste gelijk zijn aan die van het opgaande werk.

5.1.4 Minimum afmetingen

Bij toepassing van kalkzandsteen geldt voor schoonwerkblokken een minimum lengte van 100 mm.

5.1.5 Voegen

De voegen tussen blokken of elementen moeten onderling en ter plaatse van de aansluiting aan ander steenachtig materiaal geheel (vol en zat) met mortel of lijm zijn gevuld, tenzij bij toepassing van kalkzandsteen in het bestek is aangegeven dat stootvoegloos lijmwerk mag/moet worden geleverd. Bij toepassing van vellingblokken in kalkzandsteen wordt in principe stootvoegloos verlijmd tenzij bijzondere eisen worden gesteld (bijvoorbeeld t.b.v. geluidseisen, wandafwerking of eisen ten aanzien van de rookdoorgang). Zie detail 1.

5.1.6 Aanbrengen onderdelen (ankers e.d.)

Ingelijmde ankers dienen geheel met lijmmortel te zijn aangewerkt en niet dikker te zijn dan 1,5 mm.
Metalen onderdelen van constructies, die naderhand worden ingelijmd moeten vrij zijn van vuil, vet, losse walshuid, losse roest en andere voor de aanhechting schadelijke stoffen.

5.1.7 Ondersteuning vochtkerende stroken

Opgezette vochtkerende stroken in binnenspouwbladen moeten doorgaand zijn ondersteund en ingewerkt of geklemd.

5.1.8 Maatvoering

De op tekening ingeschreven maten zijn over het algemeen die van onafgewerkt lijmwerk (vooraf te verifiëren).

Door of namens de opdrachtgever dient op een duidelijke wijze het referentiemeetpunt te zijn aangegeven.

5.2 Transport en opslag op de bouwplaats

5.2.1 Kalkzandsteen

Bij vervoeren, lossen en opslag van de kalkzandsteen mogen geen ontoelaatbare beschadigingen ontstaan (vooral t.b.v. schoon lijmwerk). Eventuele controle conform artikel NEN-EN 771-2.

Opslag dient te geschieden op een schone, droge en vlakke ondergrond zodat de stenen, blokken of elementen stabiel staan en er geen water en vuil in kan trekken. Voor het optassen van de pakketten de voorschriften van de producent aanhouden. Niet in folie geleverde pakketten afdekken met een zeil o.i.d. tegen regen en vuil op een zodanige wijze dat ventilatie mogelijk blijft.
In folie verpakte pakketten aan de niet-regenzijde open houden.

Het kan in een enkel geval voorkomen dat nog warme kalkzandsteen wordt aangevoerd. Indien dit het geval is dient de kalkzandsteen minimaal 48 uur af te koelen. De afkoeling mag niet met behulp van water plaatsvinden.

5.2.2 Cellenbeton

Bij vervoeren, lossen en opslag van de cellenbeton mogen geen ontoelaatbare beschadigingen ontstaan. Eventuele controle conform NEN-EN 771-4.
Opslag dient te geschieden op een schone, droge en vlakke ondergrond zodat de stenen, blokken of elementen stabiel staan en er geen water en vuil in kan trekken. Voor het optassen van de pakketten de voorschriften van de producent aanhouden. Niet in folie geleverde pakketten afdekken met een zeil o.i.d. tegen regen en vuil op een zodanige wijze dat ventilatie mogelijk blijft.
In folie verpakte pakketten aan de niet-regenzijde open houden.

5.2.3 Prefab mortel

Prefab lijmmortels verpakt in zakken dienen droog te worden opgeslagen. Overige prefabmortels, b.v. ten behoeve van de kimconstructie, dienen te worden opgeslagen overeenkomstig de voorschriften van de producent.

5.2.4 Grondstoffen

Alle grondstoffen, zoals cement e.d. aangevoerd in zakken dient droog te worden opgeslagen. Hulpstoffen dienen vorstvrij te worden opgeslagen.

5.3 Bedrijfsuitrusting

Om op een juiste en verantwoorde wijze kalkzandsteen- en cellenbetonlijmwerk-constructies uit te kunnen voeren, dient het betreffende (lijm)bedrijf indien nodig te kunnen beschikken over de hiernavolgende bedrijfsuitrusting:
  • elementenstelmachine;
  • klemtangen voor (blok)elementen en lijmblokken;
  • klemboy voor lijmblokken;
  • universeelklemtang;
  • lijmmortelbakken afgestemd op het te verwerken formaat;
  • lijmmortelscheppen afgestemd op het te verwerken formaat;
  • staaf- of kuipmixer;
  • kunststof mortelkuipen en emmers;
  • klein (metsel-) gereedschap waaronder:
    • troffel;
    • duimstok;
    • kimwaterpas;
    • verzwaarde rubber hamer;
    • metseldraad;
    • voegspijker;
    • harde bezem;
  • cellenbetonrasp en (elektrische)-handzaag;
  • schragen- of rolsteigers;
  • knipmachine voor (lijm)blokken;
  • steenzaag of haakse slijpschijf;
  • vellingfrees voor vellingblokken;
  • vellingkantschaaf voor cellenbeton;
  • afschoormaterieel.
Het spreekt voor zich dat de bedrijfsuitrusting in goede staat dient te verkeren en zonodig tijdig wordt vervangen, gereviseerd of gerepareerd.

5.4 Voorbereiding en uitvoering lijmen

Alvorens aan te vangen met het lijmen dient een controle te worden uitgevoerd ten aanzien van de randvoorwaarden, de materialen en hulpmaterialen e.d.
Indien niet wordt voldaan aan de gestelde eisen en voorwaarden, dient door de daarvoor verantwoordelijke persoon de bouwdirectie of opdrachtgever te worden gewaarschuwd en zo mogelijk in overleg passende corrigerende maatregelen worden genomen.
Eventuele afwijkingen dienen op het IKB-formulier te worden vermeld.
Indien mogelijk afwijkingen schriftelijk vastleggen en laten aftekenen door of namens de opdrachtgever.

Toelichting
Van belang is dat de te verwerken kalkzandsteen of cellenbeton en lijmmortel die kwaliteit bezitten dat de gerede gelijmde kalkzandsteen- of cellenbetonconstructie kan voldoen aan de vooraf overeengekomen druksterkte van het metselwerk (zie art. 9.1 van NEN 6790), die bij de sterkteberekeningen is gehanteerd.


5.4.1 Stellen van profielen en (stel)kozijnen

Het stellen met behulp van stelprofielen dient te geschieden overeenkomstig de goedgekeurde tekeningen, uitgaande van het door of namens de opdrachtgever aangegeven referentiepunt, met een plaatsingstolerantie van ± 2 mm.

Zij moeten zuiver verticaal (te lood) worden gesteld met behulp van ten minste twee schoren.
Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van een waterpas en/of schietlood, zonodig een theodoliet en/of een rij.

Toelichting
In speciale ruimtes zoals badkamers, keukens, toiletten, e.d., waar inbouwapparatuur zoals douchebakken, ligbaden, keukenblokken, e.d. moeten worden geplaatst dient men aan de maatvoering extra aandacht te besteden. Over het algemeen is hier geen min-tolerantie toegestaan, ook niet ten aanzien van haaksheid en te lood staan.

Het stellen van (stel)kozijnen e.d. dient op overeenkomstige wijze te geschieden conform de goedgekeurde werktekeningen. Indien afwijkingen o.d. worden geconstateerd dient dit op het IKB-formulier te worden vermeld.

5.4.2 Vervaardiging (lijm)mortel

Prefab lijmmortels dienen te worden vervaardigd (aangemaakt) overeenkomstig de verwerkingsvoorschriften van de desbetreffende producent zoals vermeld op de verpakking. Tenzij anders vermeld dient een mengtijd te worden aangehouden van ten minste 4 minuten. Men dient niet meer lijmmortel aan te maken dan binnen de door de producent aangegeven verwerkingstijd kan worden gebruikt.

Op het werk vervaardigde metselmortel (bijvoorbeeld ten behoeve van de kim) in de voorgeschreven verhouding vervaardigen door eerst droog te mengen en daarna water toe te voegen.
Eventuele luchtbelvormers, plastificeerders en andere hulpstoffen, dienen te worden toegevoegd in de verhouding die is aangegeven door de producent. Voor de toepassing hiervan is uitdrukkelijk schriftelijke toestemming vereist van de opdrachtgever. Men dient niet meer metselmortel te vervaardigen dan kan worden verwerkt binnen twee uur.

Het naderhand toevoegen van water (b.v. in verband met uitdroging) om de verwerking te vergemakkelijken is niet toegestaan.

5.4.3 Conditionering van de kalkzandsteen en de cellenbeton

Kalkzandsteen en cellenbeton dient winddroog te worden verwerkt. Winddroog wil zeggen op het oog droog maar wel degelijk vochthoudend (ong. 5-8 gewichtsprocent). Bij toepassing van cellenbeton de verpakking zo laat mogelijk verwijderen.
Te droge kalkzandsteen of cellenbeton kan voor verwerking geschikt worden gemaakt door ze twee dagen vóór de verwerking beperkt nat te maken en alleen van boven afgedekt te laten drogen. Laat te natte kalkzandsteen of cellenbeton van boven afgedekt staan totdat deze winddroog zijn.

5.4.4 Opperen

Kalkzandsteen- en cellenbetonproducten opperen op pallets of op latten zo dicht mogelijk naast opleggingen van de bouwmuren en afgestemd op de belastbaarheid van de vloer conform het met de aannemer c.q. opdrachtgever afgestemde/goedgekeurde opperplan.
Producten zwaarder dan 14 kg mogen niet handmatig worden verwerkt.

5.4.5 Klimaatomstandigheden
In droge perioden moeten de hechtvlakken van de kalkzandsteen en de cellenbeton vooraf bevochtigd worden.

Bij een gemiddelde 24-uurs luchttemperatuur van 09.00 uur tot 09.00 uur van O°C tot +4°C en bij nachtvorst van -2 °C tot ca. -5°C (weerfase 3) dient speciale winterlijmmortel te worden toegepast. Er mogen geen bevroren (materiaaltemperatuur > 0 °C) of beijzelde kalkzandsteen of cellenbeton worden verwerkt. De lijmmortel dient kort voor het stellen van de blokken of elementen aan te worden gebracht. Bij weerfase 4 of hoger mag niet worden gewerkt.

Toelichting
Geadviseerd wordt om tijdig te stoppen met het verlijmen zodat het lijmwerk zijn aanvangsverharding heeft voordat het vocht in de lijmmortel bevriest. Verder wordt geadviseerd de materialen vorstvrij op te slaan en de schoren langer te laten staan.

De wintervoorzieningen volgens voorschrift van het Bureau Verletbestrijding van het Technisch Bureau Bouwnijverheid dienen in acht te worden genomen.

5.4.6 Opsteken van de draad

Nadat de bovenkant van de lagen op de stelprofielen is aangegeven kan men de metseldraad strak opsteken, niet langer dan 10 m.

5.4.7 Uitvoering kimconstructie

De kim kan worden uitgevoerd door middel van speciale kimblokken. Deze kimblokken dienen zuiver vlak, waterpas zowel in langs- als in dwarsrichting en op hoogte aan de draad te worden aangebracht met de in hoofdstuk 4.3 genoemde mortels met een hoogte van 20 mm ± 10 mm.

De stootvoegen worden met lijmmortel aangezet, dan wel in geval van kalkzandsteen met specie gevuld.
Alvorens met het stellen van de blokken of (blok)elementen kan worden aangevangen, dient de kimconstructie zodanig te zijn uitgehard, dat deze na het plaatsen van het bovenliggende lijmwerk niet uitzakt. De kimconstructie moet volledig op de onderliggende vloer dragen c.q. rusten.

De kim kan ook worden uitgevoerd door middel van op het werk geknipte of gezaagde blokken met een minimumhoogte van 40 mm of klein-formaat stenen bij toepassing van kalkzandsteen en met een minimumhoogte van 50 mm bij toepassing van cellenbeton. Een kimhoogte tot maximaal 40 mm kan worden uitgevoerd als smeerkim (mortelstrook). Zie detail 2 en 3.

5.4.8. Verwerking (blok)elementen/blokken en aanbrengen van de lijmmortel

Bij toepassing van kalkzandsteen moet het aanbrengen van de lintvoegen langer dan 1 m geschieden met behulp van de lijmmortelbak; de schuif van deze bak dient zodanig op maat te zijn afgesteld (4 mm ± 0,4 mm) dat na verwerking een blijvende lintvoegdikte van 2 mm resteert. Bij het lijmen van de lintvoegen de lijm niet verder dan 2 m vooruit na het laatst geplaatste blok of element aanbrengen.

Bij toepassing van cellenbeton kan het aanbrengen van lintvoegen langer dan 1 m eveneens geschieden met een mortelbak waarvan de schuif zodanig is afgesteld dat na verwerking een blijvende lintvoegdikte van circa 2 mm resteert. Ook kan de lijm worden aangebracht met behulp van een lijmspaan afgestemd op de dikte van het blok of blokelement.

De lijmmortel voor de stootvoegen wordt met behulp van de lijmmortelschep van beneden naar boven aangebracht op een dusdanige wijze dat een stootvoeg ontstaat van circa 3 mm (vol en zat).
Begin met het lijmen van de wanden zoveel mogelijk vanuit een dilatatievoeg (indien aanwezig), zodat een strakke voeg ontstaat.
Uitpuilende lijmmortel dient nadat de lijm enigszins is opgestijfd te worden afgestoken, ook aan de spouwzijde van uitwendige scheidingsconstructies om isolatieplaten goed aan te kunnen brengen.
Eventuele beschadigingen repareren met een daartoe geschikt vulmiddel (bijvoorbeeld met de kimmortel bij kalkzandsteen).
Bij gerede twijfel over het al dan niet "vol en zat" lijmen, kan aan de hand van boorkernen een en ander worden vastgesteld op basis van onderzoek.

Toelichting
Indien kalkzandsteen vellingblokken worden toegepast t.b.v. schoon werk, wordt sterk aanbevolen, vooral bij grote vlakken, indien meer dan één pakket wordt toegepast deze uit verschillende pakketten door elkaar te verwerken en te letten op nuanceverschillen, waarbij geknipte of gezaagde pasblokken wel met een gelijmde stootvoeg moeten worden geplaatst. Zie ook paragraaf 5.1.5 voor bijzondere eisen met betrekking tot de voegen.

De wandconstructie wordt gerealiseerd door de metselstenen of -elementen in verband te verwerken. Het steenverband dient te worden uitgevoerd op de volgende wijze:

a ~ 0,4 t, maar niet kleiner dan 40 mm,
waarin t is de hoogte van de laag. afb. 01

Afbeelding 1. Overlappingslengte

In aanvulling op het voorgaande geldt dat ook bij hoeken of aansluitingen waar de overlapping van de stenen niet minder is dan de wanddikte van de wand waarop wordt aangesloten, mag worden gesproken van metselwerk dat in verband is uitgevoerd.

5.4.9 Passtukken

Passtukken kunnen worden geknipt met een voor kalkzandsteen dan wel voor cellenbeton geschikte knipmachine. Kalkzandsteen passstukken kunnen ook worden gezaagd met een diamantzaag of een haakse slijpschijf.

Cellenbeton passtukken kunnen worden gezaagd met een voor cellenbeton geschikte handzaag of elektrische handzaag. Dunne blokken kunnen ook worden geknipt

5.4.10 Aanbrengen spouwankers

Spouwankers met aan één zijde een platte strip moeten met de gesloten kant boven tot aan de aanslag in de volle lijmvoeg worden geplaatst en ingelijmd zoals aangegeven in het bestek en mogen niet achteraf in de lijmvoegen worden gedrukt. Het aantal, de afmetingen en de plaats van de spouwankers dienen door de constructeur van de opdrachtgever te zijn aangegeven.

Bij toepassing van cellenbeton kunnen eventueel ook boorankers achteraf worden aangebracht.

Toelichting
Spouwankers dienen gelijkmatig verdeeld en verspringend te worden aangebracht (ongelijkmatige verdeling kan spanningen in het lijmwerk veroorzaken). Het aantal spouwankers en de afmetingen dienen door de constructeur van de opdrachtgever te zijn aangegeven.
Indien niet in het bestek aangegeven, kan over het algemeen overeenkomstig artikel 3.1 van NPR 6791, tot een spouwbreedte van 150 mm worden volstaan met 4 ankers per m² wandoppervlak met een diameter van ten minste 4 mm, tot een hoogte van 11 m boven het aansluitende terrein. Daarboven tot 20 m hoogte ten minste 6 ankers per m² wandoppervlak. Dit dient echter wel schriftelijk te worden bevestigd aan de opdrachtgever.
(Zie ook artikel 12.3 en 12.4 van NEN 6790 m.b.t. koppeling van gevels aan vloeren en wanden.)

5.4.11.1 Uitvoering dilatatievoegen in kalkzandsteen

Dilataties dienen zorgvuldig te worden aangebracht overeenkomstig en zoals aangegeven op het dilatatievoegenplan op één van de volgende wijzen (zie detail 4, 5 en 6):
  • Door middel van een koude dilatatievoeg
    Deze dilatatievoeg dient volledig vrij te zijn van lijmbaarden en wordt zonder rugvulling of kit uitgevoerd.
  • Door middel van open dilatatievoeg
    Deze dilatatievoeg bestaat uit een open voeg met een breedte van 10 mm (tolerantie -2 mm, +5 mm) voorzien van een elastische luchtdichte rugvulling.
De afwerking van dilatatievoegen kan als volgt geschieden:
  • Koude dilatatievoegen kunnen worden afgewerkt door het rechtstreeks aanbrengen van een minimaal 150 mm breed zelfklevende glasvliesband, in het midden voorzien van een geperforeerd weefsel met een breedte van 50 mm. Indien de wandgedeelten ter weerszijden van de dilatatievoeg ten opzichte van elkaar wisselen, dient de dilatatievoeg vooraf te worden uitgevlakt met dunpleister.
  • Open dilatatievoegen kunnen in de wandafwerking strak in het zicht blijven door de pleisterlaag aan beide zijden met een stucstopprofiel op de dilatatie te beëindigen. Het is noodzakelijk om de stucstopprofielen ten minste 3 mm van elkaar vrij te houden en de opening luchtdicht vol te zetten met een elastisch blijvende overschilderbare kit.
  • Koude dilatatievoegen tot 1 mm in een wand met een pleisterlaag, waarover een niet-elastische verflaag wordt aangebracht, kunnen worden afgewerkt met twee stucstopprofielen met 1 à 2 mm ruimte tussen de profielen, waarachter een elastisch blijvende kit.
  • In niet-dragende schoonwerk wanden, door middel van een strook folie (wit of kleurloos) ter breedte van ca. 90% van de dikte van de wand.
5.4.11.2 Uitvoering dilatatievoegen in cellenbeton

De uitvoering van de dilatatievoegen in cellenbeton lijmwerkconstructies staat aangegeven op het dilatatieplan van de desbetreffende producent. Hierin staat eveneens omschreven het type dilatatie en de omschrijving van de te gebruiken materialen.

5.4.12 Maatregelen bij onderbreking van het lijmen

Bij onderbreking van het lijmen, bijvoorbeeld aan het einde van een werkdag, tijdens regen- en sneeuwbuien of als gevolg van temperaturen onder het vriespunt, dienen maatregelen te worden getroffen tegen het uitspoelen van de (lijm)mortel en/of het losvriezen van de bovenste lagen door een goede afdekking aan te brengen, op het nog niet gerede lijmwerk.

Voor het hervatten van de werkzaamheden moeten bovenkant, vallende tanden e.d. indien noodzakelijk te worden gereinigd en de kalkzandsteen natgemaakt.

Het opspatten van regenwater en vuil tegen vers lijmwerk (vooral bij schoonwerk in kalkzandsteen) moet eveneens worden voorkomen door bijvoorbeeld bij een dergelijke werkonderbreking de langs de muur liggende steigerplanken om te keren. Over vers lijmwerk mag niet worden gelopen.

Om een goede hechting van de kalkzandsteen en de cellenbeton met de lijmmortel tot stand te brengen, moet een te snelle uitdroging worden tegengegaan.

5.4.13 Schoren

Wanden van kalkzandsteen en cellenbeton dienen tijdens en na de montage voor omvallen of afschuiven, bijvoorbeeld als gevolg van windbelasting of stootbelasting, te worden beschermd.
Hiertoe dient een wand tot een hoogte van 2,50 m en een dikte t/m 214 mm voor kalkzandsteen respectievelijk 240 mm voor cellenbeton, elke 5 m deugdelijk te worden geschoord tot het moment dat de boven op deze wanden liggende vloer (resp. de dakconstructie) volledig is aangebracht.

Als schoren kunnen worden aangemerkt:
  • dwarswanden met een lengte van ten minste 2 m, die deugdelijk aan de wand zijn bevestigd (door middel van de standaard strippen bij kalkzandsteen);
  • metalen schoren die geschikt zijn om trek- en drukkrachten op te nemen zoals aangegeven op detail 7.
Als handleiding voor gesloten wanden en topgevels kunnen de schema's worden aangehouden zoals aangegeven op detail 8. Deze schema's gelden voor windgebied III conform NEN 6702.
In windgebied I en II een maximum schoorafstand aanhouden van 4 m.

Bij grotere wandhoogtes en andere hier niet omschreven situaties dient de desbetreffende producent te worden geraadpleegd.

5.5 Aanwijzingen t.b.v. detailleringen

5.5.1 Niet-dragende binnenwanden in kalkzandsteen (zie details)

Niet-dragende binnenwanden van lijmblokken en lijmelementen moeten altijd flexibel worden aangesloten. De wanden mogen niet hechten aan de onderliggende vloer. Alleen de eerste en de laatste 400 mm worden op de vloer gehecht alsmede nabij hoeken en kozijnen.
De hechting aan de vloer kan worden voorkomen door te bouwen op een kunststof profiel of folie.
De aansluiting met constructieve wanden en plafonds kan gebeuren door een kunststof profiel op de wand en/of aan het plafond te bevestigen waarna de wand hiertussen wordt geklemd. Indien hierbij in verband met geluidseisen cellenband wordt toegepast, dient dit een cellenband met een gesloten structuur te zijn. Ook kan gebruik worden gemaakt van een (lood)voeg welke later wordt gevuld met elastisch blijvend materiaal. Bij deze uitvoering worden zowel aan de aangrenzende wand als aan het plafond veerankers bevestigd welke in de wand worden opgenomen.

5.5.2 Lateien en kozijnaansluitingen bij kalkzandsteen (zie details)

Kozijnen bij voorkeur laten doorlopen tot de onderzijde van de bovenliggende vloer. Is dit niet mogelijk, dan is een goede oplossing de binnenzijde tot onderzijde vloer uit te vullen met een houten paneel, of de latei over de volle hoogte te laten doorlopen. Bij kozijnopeningen breder dan 900 mm boven de kozijnopening een latei opnemen, met uitzondering van die gevallen waarbij de constructie een andere oplossing vereist. Een en ander in overleg met de constructeur van de opdrachtgever.

Toelichting
Bij voorkeur dient boven muuropeningen groter dan 90 cm dient aan een zijde een verticale koude voeg te worden opgenomen tot de bovenzijde van de wand. Bij muuropeningen groter dan 180 cm dienen aan beide zijden verticale koude voegen te worden opgenomen tot de bovenzijde van de wand. Voor de stabiliteit van het wandgedeelte boven de muuropening kunnen aan een of beide zijden platgeslagen veerankers in de lintvoegen worden opgenomen.

5.5.3 Detailleringen bij toepassing van cellenbeton

Voor de toepassing van cellenbeton in dragende binnen- en buitenwanden en niet-dragende wanden en binnenspouwbladen zijn KOMO attesten-met-product-certificaten afgegeven. Hierin zijn de diverse details opgenomen.

6. Eisen te stellen aan de gerede lijmwerkconstructie

6.1 Oppervlaktebeoordeling van het lijmwerk
In tabel 2 zijn afhankelijk van de toepassing eisen gegeven ten aanzien van toegestane afwijkingen m.b.t. afmetingen van voegen en de vlakheid van gelijmde constructies.

Tabel 2. Criteria oppervlaktebeoordeling lijmwerk
Beoordelingsaspect Groep 1*
elementen
Groep 2*
lijmblokken
Groep 3*
vellingblokken
Stootvoegen (ten opzichte van de voorgeschreven voegbreedte) geen eisen geen eisen toegestane afwijking ten hoogste ± 1 mm
Lintvoegen (ten opzichte van de voorgeschreven voegdikte) geen eisen geen eisen toegestane afwijking ten hoogste ± 1 mm
Lintvoegen (lengterichting; gemeten over de bovenkant blok/element) geen eisen geen eisen toegestane afwijking 2 mm/m
Vlakheid:
maximaal toelaatbare maatafwijking
bij een onderlinge afstand tussen
de meetpunten van:
1 m 2 mm 3 mm 2 mm
4 m 3 mm 4 mm 3 mm
9 m 5 mm 5 mm 5 mm

*) Omschrijving groepen:
  • Groep 1:
    wanden van lijmelementen die naderhand kunnen worden afgewerkt met een pleistersysteem tot max. 3 mm dikte;
  • Groep 2:
    wanden van lijmblokken die naderhand kunnen worden afgewerkt met een pleistersysteem vanaf 3 mm dikte;
  • Groep 3:
    wanden van vellingblokken van kalkzandsteen die niet worden afgewerkt (één- of tweezijdig schoon werk).
7. Eisen te stellen aan de opleveringscontrole

De persoon verantwoordelijk voor de interne kwaliteitsbewaking van het (lijm)bedrijf dient een eindcontrole uit te voeren, waarbij de volgende zaken dienen te worden gecheckt en vastgelegd:
  • oppervlaktebeoordeling gelijmde kalkzandsteen- of cellenbetonconstructies (stoot- en lintvoegen, vlakheid);
  • regelmatigheid lijmverband;
  • oppervlaktebeoordeling gelijmde constructie (vervuiling e.d.).
Het spreekt voor zich, dat indien afwijkingen of tekortkomingen worden geconstateerd, corrigerende maatregelen moeten worden getroffen.

8. Voorbeelden van aansluitingen

In navolgend hoofdstuk zijn de belangrijkste details weergegeven die betrekking hebben op gelijmde kalkzandsteenconstructies.
Bij aansluitingen van voor- en achtergevels aan de bouwmuren, dient rekening te worden gehouden met een mogelijke tolerantie van maximaal 20 mm.

Voor cellenbeton wordt verwezen naar de betreffende KOMO attesten-met-productcertificaat.

Overzicht details
Detail 1. Stootvoegen vellingblokken (verlijmd en niet verlijmd)
Detail 2. Kimconstructies
Detail 3. Kimconstructies
Detail 4. Dilatatievoegen
Detail 5. Uitvoering dilatatievoegen
Detail 6. Dilatatie d.m.v. strook folie
Detail 7. Metalen schoren
Detail 8. Schoorschema's
Detail 9. Aansluiting binnenspouwblad aan bouwmuur (spouwmuur)
Detail 10. Aansluiting binnenspouwblad aan bouwmuur (massief)
Detail 11. Aansluiting binnenspouwblad aan bouwmuur (massief)
Detail 12. Aansluiting binnenwand aan bouwmuur
Detail 13. Aansluitingen binnenwand aan plafond, vloer en wand
Detail 14. Aansluitingen binnenwand onderling en aan kolommen
Detail 15. Aansluitingen binnenwand aan kozijnen, natte cel en hoekoplossingen
Detail 16. Aansluitingen wanden
Detail 17. Afmetingen latei in relatie tot kozijnafmetingen
Detail 18. Kozijnaansluitingen
Detail 19. Latei en kozijnaansluitingen

Detail 1. Stootvoegen vellingblokken (verlijmd en niet verlijmd)

detail 1


Detail 2. Kimconstructies

detail 2


Detail 3. Kimconstructies

detail 3


Detail 4. Dilatatievoegen

detail 4


Detail 5. Uitvoering dilatatievoegen

detail 5


Detail 6. Dilatatie d.m.v. strook folie

detail 6


Detail 7. Metalen schoren

detail 7


Detail 8. Schoorschema's

detail 8


Detail 9. Aansluiting binnenspouwblad aan bouwmuur (spouwmuur)

detail 9


Detail 10. Aansluiting binnenspouwblad aan bouwmuur (massief)

detail 10


Detail 11. Aansluiting binnenspouwblad aan bouwmuur (massief)

detail 11


Detail 12. Aansluiting binnenwand aan bouwmuur

detail 12


Detail 13. Aansluitingen binnenwand aan plafond, vloer en wand

detail 13


Detail 14. Aansluitingen binnenwand onderling en aan kolommen

detail 14


Detail 15. Aansluitingen binnenwand aan kozijnen, natte cel en hoekoplossingen

detail 15


Detail 16. Aansluitingen wanden

detail 16


Detail 17. Afmetingen latei in relatie tot kozijnafmetingen

detail 17


Detail 18. Kozijnaansluitingen

detail 18


Detail 19. Latei en kozijnaansluitingen

detail 19


9. Geraadpleegde literatuur *


Publiekrechtelijke regelgeving
Bouwbesluit 2003 Bouwbesluit Stb. 2001, 410; Stb. 2002, 203, 516, 518, 582 en Stb. 2005, 1, (368), 417 en 528; Stb. 2006, 148, 257 en 586 en de Ministeriële Regelingen Stcrt. 2002, 241; Stcrt. 2003, 101 en Stcrt. 2005, 163 en 249; Stcrt. 2006, 122.

Nederlandse normen en Praktijkrichtlijnen
NEN 2652 1991 Vochtwering in gebouwen. Wering van vocht van buiten. Wering van vocht van binnen. Voorbeelden van bouwkundige details, inclusief wijzigingsblad A1:1997.
NEN 2778 1997 Vochtwering in gebouwen. Bepalingsmethoden, inclusief wijzigingsblad A3:2004.
NEN 2886 1990 Maximaal toelaatbare maatafwijkingen voor gebouwen. Steenachtige draagconstructies.
NEN 3682 1990 Maatcontrole in de bouw. Algemene regels en aanwijzingen.
NEN 6702 2001 Technische grondslagen voor bouwconstructies. TGB-1990. Belastingen en vervormingen, inclusief wijzigingsblad A1:2005.
NEN 6790 2005 Technische grondslagen voor bouwconstructies. TGB-1990. Steenconstructies – Basiseisen en bepalingsmethoden.
NEN 6791 1991 Steenconstructies. Eenvoudige rekenregels gebaseerd op NEN 6790. Inclusief correctieblad C1:1993
NEN-EN 771-2 2003 Specificaties voor metselstenen - Deel 2: Kalkzandsteen inclusief wijzigingsblad A1:2005
NEN-EN 771-4 2003 Specificaties voor metselstenen - Deel 4: Cellenbeton inclusief wijzigingsblad A1:2005
NEN-EN 998-2 2003 Specificaties voor mortels voor metselwerk - Deel 2: Metselmortel NEN-EN 1996-1-1:2006 Eurocode 6 - Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 1-1: Algemene regels voor constructies van gewapend en ongewapend metselwerk

Opmerking
Voor de juiste uitgave, datum en gegevens, over eventuele wijzigingsbladen en/of correctiebladen van de normen die direct of indirect via het Bouwbesluit worden aangewezen, wordt verwezen naar NEN 2000. Datering en onderlinge samenhang van normen ten behoeve van de bouwregelgeving, 1ste uigave d.d. oktober 2002.

Nationale beoordelingsrichtlijnen*
BRL 1004 Kalkzandsteen.
BRL 1007 Metselbaksteen.
BRL 1905 Mortels voor metselwerk.
BRL 2111 Metalen lateien en metalen metselwerkondersteuningen voor gemetselde niet-dragende buiten- en/of binnenspouwbladen.
BRL 2120 Geprefabriceerde metselwerkwapening op basis van staal.
BRL 2603 Metselcement.
BRL 2826 Vervaardiging van metsel- en lijmwerkconstructies en/of voegwerk.
BRL 2902 Gelamineerd naaldhout voor niet-dragende toepassingen.
BRL 3100 Metalen metselwerkondersteuningen (roestvast staal).
*) Voor de juiste publicatiedatum van de beoordelingsrichtlijnen wordt verwezen naar de jaarlijkse uitgave van het 'Overzicht van kwaliteitsverklaringen in de bouw' van de Stichting Bouwkwaliteit (SBK).


Bijlage 1. Overzicht eisen Bouwbesluit

Beschouwde hoofdstuk en afdeling van het Bouwbesluit Artikel; Leden
Hoofdstuk Afdeling 1 2
2. Veiligheid Algemene sterkte van de bouwconstructie 2.1 2.1; 2 2.2; 1-2, 2.3 1 a tm c-2; 2.4; 1b en 5
3. Gezondheid Wering van vocht van buiten 3.6 3.22; 2 3.23; 1
3.23; 4
Beschermen tegen ratten en muizen 3.17 3.114; 2 3.115; 1
4. Bruikbaarheid Meterruimte, nieuwbouw (regenwerendheid) 4.12 4.65; 2 4.69
Liftschachten, nieuwbouw (waterdichtheid) 4.13 4.70; 2  
Liftmachineruimte, nieuwbouw (regenwerendheid) 4.24 4.75; 2 4.79
1) Vermeld is in deze kolom het eerste artikel waarmede de afdeling begint; in het tweede lid daarvan staat dat aan het eerste lid (functionele eis) is voldaan indien er aan de (prestatie-) eisen wordt voldaan die voor de betrokken gebruiksfuncties zijn aangewezen in de aansturingstabellen.
2) Vermeld zijn in deze kolom de relevante artikelen die zijn aangewezen in de aansturingstabellen.