Voegen.




Bij het metselen ontstaan er voegen: de lint en stootvoegen.



Tijdens of na het metselen worden de voegen regelmatig 15 a 20mm. diep uitgekrabd met een oude voegspijker.
Je krabt de voegen uit door de voegspijker 1 keer schuin langs de bovenkant en 1 keer schuin langs de onderkant te halen.
Daarna haal je een harde bezem of borstel door de voegen.


Voegspecie:


De voegspecie moet de voegen afdichten tegen allerlei weersinvloeden.
De voegen geven de muren ook een ander aanzien.

De voegspecie is aardvochtig.
De voegspecie heeft een verhouding van 1 deel cement en 3 of 4 delen zand.

Hieronder zie je enkele samenstellingen van voegspecies:

Gebroken wit

Wit

Licht grijs


4 zilverzand 2 zilverzand 2 zilverzand.
1 cement 1/5 cement 1/5 cement.
2 kalk 1/5 kalk 1/5 kalk.
De grondstoffen zand - cement kalk en water moeten zuiver in emmers afgemeten worden om kleurverschil te voorkomen.
De grondstoffen moeten gezeefd worden om verontreinigingen uit het zand te halen, hierdoor krijg je een goede menging en gladde voeg.

Het voegen:


De metselaar of de voeger voegt van boven naar beneden.
Een rechtshandige metselaar of voeger voegt van rechts naar links.

De volgende handelingen worden uitgevoerd:
Er zij speciale voegbedrijven die alleen maar voegwerk uitvoeren.


Soorten voegen:


Dit zijn de meest gangbare soorten voegwerk:








Terug Home Volgende pagina

Rollagen.