Tanden.



Je metselt nooit alle muren van een huis of gebouw tegelijk.
Als je stopt met metselen moeten de volgende keer de muren weer goed op elkaar aansluiten.
Je moet de muur dus op een bepaalde manier beŽindigen.

Muurbeindigingen:

Vallende tand.

Staande tand.

Bloktand.


Uitsparingen en kassen:


Soms past men in een muur een sparing of een kas toe.

Kas.

Sparing.


Bij een kas is de achterkant dicht, bij een sparing is de achterkant open.
Kassen of sparingen worden gebruikt wanneer er een aanlopende muur tegen aan wordt gemetseld.
De aanlopende muur wordt dan in de sapring of kas ingemetseld.
Een sparing wordt ook gebruikt wanneer er leidingen of buizen door de muur moeten lopen.




Terug Home Volgende pagina

Voegen.