De fabricage van baksteen.



De klei:


Klei is in de loop van duizenden jaren ontstaan.
Door plantengroei, ijs en temperatuurwisselingen wordt natuursteen vergruisd, zo ontstaan zand, grind en kleideeltjes.
Rivieren voeren de zand, grind en kleideeltjes mee naar de lager gelegen gebieden.

Er zijn in hoofdzaak 3 soorten klei:
In Nederland komt veel klei voor, slechts een klein gedeelte is geschikt voor het maken van baksteen.
De meeste klei wordt gewonnen in de uiterwaarden van de rivieren en in polders.
Nederland heeft veel rivierklei vooral langs de Maas, de Waal en de Rijn, daarom stonden er vroeger veel steenfabrieken bij de rivieren.

Klei bestaat uit: zeer fijn zand - kleimineralen - metaaloxiden - plantenresten en kalk.
Als er veel ijzeroxide in de klei zit wordt de baksteen bij het bakken rood.
Als er veel kalk in de klei zit wordt de baksteen bij het bakken geel.

Het fabricageproces:


Het fabricage proces bestaat uit:

A. Afgraven van de klei:



In verschillende gebieden wordt klei afgegraven voor de baksteenindustrie.

B. Opslag van de klei:



Kleiloods.

De klei wordt in lagen opgeslagen, vaak gebruikt men verschillende soorten klei.
Men doet dit gewoon buiten of in kleiloodsen.
De plantenresten en dergelijke die in de klei zitten kunnen nu "vergaan".
Met grijpers wordt de klei naar de steenfabriek getransporteerd.
Door de klei verticaal af te graven worden verschillende soorten gemengd.

C. Voorbewerken van de klei:



Kollergang. Walsmachine.

Met speciale machines wordt de klei gereinigd, vermengd - gedoseerd - geraspt en gewalst.
Door deze bewerkingen wordt de klein homogeen ( een geheel ) en plastisch zo dat ze goed is te vervormen.

D. De steen vormen:


De steen kan op 4 manieren gevormd worden:

A. De handvormmethode:



Oude handvormsteen. vormbak.

Vroeger werden deze stenen met de hand gemaakt.
De klei werd in houten bakken met de steenvorm gedrukt ( gegooid )en aan de bovenkant afgesneden.
Daardoor ontstonden de typische nerven plooien in de steen.


Tegenwoordig worden deze stenen machinaal gemaakt met de vormbakpers.

A. De klei wordt in bollen afgemeten.
B. De vormbak wordt met zand - zaagsel of kolengruis bestrooid, de steen laat hierdoor makkelijk los.
C. De klei wordt met een machine met kracht in de vormbak gegooid.
De klei komt niet precies in alle hoeken en er zitten plooien ( vouwen ) in de klei.
D. De klei die boven de bak uitsteekt wordt afgesneden met ijzerdraad.
E. De bak wordt omgekeerd zo dat de stenen er uit vallen.
F. De stenen worden gedroogd en gebakken.

Handvormstenen zijn te herkennen aan de nerven of plooien en het zanderige oppervlak.
5 zijden van de steen zijn bezand een kant is afgesneden en dus glad.


Machinale handvormstenen de machinale hamdvormsteen.

B. De vormbakmethode:


De vormbakmethode lijkt veel op handvormmethode.
De klei wordt niet in de vormbak gegooid maar geperst met een machine.
De persdruk is groter als bij de handvormmethoede, de klei komt daarom meer in de hoeken.
De vormbakstenen zijn daardoor rechter en strakker.

De vormbaksteen heeft 5 bezande vlakken en een gladde kant.

C. De strengpersmethode:


90% van de stenen wordt via deze methode gemaakt.

De strengpersmachine snijdt de lange streng met stenen af.


Uit een machine wordt een klei geperst met de hoogte en breedte van de steen ( streng ).
De streng klei wordt met zand bestrooid ( nabezanden ).
Een beugel met ijzerdraad snijdt de steen ieder keer op lengte.
Men kan de steen met zand bestrooien waardoor deze een ruw oppervlak krijgt.
De strengperssteen herken je aan de strakke kanten en het gladde oppervlak.

5 vlakken zijn bezand, 1 vlak is de snijkant en is glad.

Met deze methode kan men ook allerlei geperforeerde of poreuze bakstenen ( porisosteen - fimonsteen ) maken.
Poriso en fimon steen worden gebruikt binnenmuren en scheidingswanden, ze zijn warmte en geluidsisolerend.



Geperforeerde bakstenen.

D. De stempelpersmethode:


De stempelpersmethode wordt gebruikt voor het maken van bijvoorbeeld dakpannen.


E. Drogen:



De nog niet gebakken stenen heten vormelingen of groenlingen.
Na het vormen moeten de stenen drogen om scheuren tijdens het bakken te voorkomen.
Dit gebeurt in droogtunnels bij een temperatuur van 70° gedurende 2 - dagen.
Meestal doet men dit in speciale droogkamers.

Droogkamer.

F. Bakken:



De steen kunnen in 3 soorten ovens gebakken worden:

A. de tunneloven.
B. de ringoven.
C. de valmoven.

Moderne tunneloven. ringoven.
Na het drogen wordt de steen gebakken in speciale ovens ( ringoven - tunneloven ) bij een temperatuur van 1000 - 1100°C.
Een moderne tunneloven is 110 meter lang, 2 meter hoog en 7 meter breed.

Stenen uit de oven.

Soorten en kleuren:


Er zijn zeer veel soorten en kleuren baksteen.
De kleur van bakstenen kan men op verschillende manieren verkrijgen:

Kwaliteit:


Metselstenen zijn er in verschillende kwaliteiten.
De kwaliteit is opgenomen in het normblad NEN-2489.
Een belangrijke kwaliteitseis is de hardheid van de steen, Hoe hoger de temperatuur in de oven, hoe harder de steen.

Er zijn 3 graden van hardheid:
De 3 kwaliteiten zijn er ook nog eens gebruiksklassen.
De gebruiksklasse geeft aan hoeveel eisen worden gesteld aan de baksteen.
Een laag cijfer geeft aan dat er weinig eisen worden gesteld een hoog cijfer dat er veel eisen worden gesteld ( beste kwaliteit).
Hieronder zie enkele soorten.

Zie:www.huwabaksteen.nl
www.wienerberger.nl








Terug Home Volgende pagina

Koppen en lagenmaat.